Het wordt wel eens het
kleinste stadje ter wereld genoemd. Durbuy, gelegen in de Belgische provincie
Luxemburg kreeg al in 1331 stadsrechten. Dat het oud én klein is, dat voel je. Er zijn weinig stadjes waar
je zo zorgeloos kunt slenteren, zonder schreeuwerige reclames of passerende
auto’s.
Toen ik afgelopen januari aan
jullie vroeg met tips te komen voor leuke uitjes dit jaar, opperde iemand
Durbuy. Ik zocht het op, het sprak me aan en dus belandde deze tip in mijn
boekje. Om er vervolgens afgelopen maand naartoe te gaan. En wat bleek? Het was
maar anderhalf uur rijden vanaf hier!
Durbuy ligt in de Ardennen,
dus natuurpracht verzekerd! Denk aan meanderende riviertjes, rotswanden en veel
bossen, die je vanaf het centrum direct in het vizier hebt. De straatjes zijn
van cobblestone en de huizen stammen uit de 17e en 18e
eeuw. Hier vind je geen winkelketens, maar alleen unieke zaakjes, verstopt
achter de mooiste gevels. Winkeltjes waar ze zeepjes verkopen, nostalgisch snoepgoed of
zelf gebrouwen bier.
Zelfs een kringloopwinkel :)
In de middeleeuwen stroomde
rivier de Ourthe aan twee kanten om Durbuy heen. In tegenstelling tot nu (de
aftakking is gedempt), lag het stadje daardoor op een eiland. Ideaal om te
verdedigen. Een zes meter hoge stadsmuur maakte er een bijna onneembare vesting
van. Toen de muur overbodig werd, gebruikten de bewoners de stenen voor het
bouwen van hun huizen.
Geen hoogdravende
bezienswaardigheden dus, wél veel charme en gezelligheid. Ontdekken gaat
bijna vanzelf. Lunchen in een schilderachtig hoekje van het centrum, wandelen
door de smalle met steentjes beklede straten, zoeken naar de panden die ooit
een klooster waren of klimmen naar een uitkijkpunt – bijvoorbeeld de Belvédère.
Vanaf de hoogte kun je zien hoe het stadje opgaat in de natuurlijke omgeving
vol dichte bossen.
Er lopen drie wandelroutes
vanaf de gigantische rots bij het centrum. Wij namen de route van 6 kilometer
en klommen al gauw omhoog, waarna we getrakteerd werden op een goed uitzicht op
het stadje:
De route gaat verder door het
dorpje Bohon, dat ondanks het hoogseizoen in slaapstand verkeerde. Ja, er was een brasserietje en er was
een zwembad, maar die waren beiden niet open omdat het maandag was. Het enige leven kwam van een verdwaalde tractor of de koeien die
nieuwsgierig naar de draad liepen.
We boekten ook een
overnachting en die maakte het helemaal af! La cabane du petit bomal is een huisje
direct aan de Ourthe. Die ligt dus in je achtertuin! Verder is er een
houtgestookt buitenbad en een raam op het dak dat uitkijk biedt op de
sterrenhemel.
Geen mens gezien, wel heel
veel dieren…
We plakten er ook nog een
dagje Namen (Namur) aan vast, maar ik had spijt dat we niet in Durbuy waren
gebleven. Want ook al heb je het daar in 2 uurtjes gezien, het blijft heerlijk
om er te slenteren en een koffietje te drinken. Het veel drukkere Namen had die
sfeer totaal niet. Het is de hoofdstad van de Ardennen, maar ik vond het druk,
vies en rommelig.
Maar Durbuy is dus wél voor herhaling vatbaar.
En dan het
liefst zo rond kerst… 😊Was jij er al eens?
Liefs,
Carolien